Er zijn grote verschillen. In achtergrond, generatie, sekse, persoonlijkheid, leefwijze enzovoort. Toch voelen we ons verbonden. Het zal zich op zielsniveau afspelen. Een andere verklaring heb ik er niet voor. Vanwege de afstand tussen onze woonplaatsen, beider afwijkend leefritme en verplichtingen van thuis zien we elkaar minder vaak dan we zouden willen. Maar zijn we eenmaal bij elkaar is er geen tijd. Alleen het nu. Dan praten we de hele nacht door om pas tegen de ochtend in slaap te vallen. Is er geen moment van verveling.
Zo ook op een nacht van vrijdag naar zaterdag. Hij praat meer dan dat ik doe. Dat kan hij ook beter. Ik luister meer. Ineens val ik hem toch in de rede. Vlak voor hem schittert een paarse lichtbol. Ik ben klaarwakker. De bol neemt de vorm van een vogel aan. De vogel fladdert in twee cirkels voor hem langs en blijft steeds even stil hangen. Het is alsof de vogel bij hem hoort. Iets van zijn ziel is dat buiten het lichaam treedt. Het is een stralend stukje ziel. Dat verbaast mij niets want ik weet dat zijn inborst goed is. Maar ik verbaas mij wel over de schoonheid van dit verschijnsel en durf mijn ogen niet te geloven. Dergelijke ‘dingen’ zie je in fantasy films en dan weet je dat het een animatie betreft. Terwijl ik nauwelijks woorden heb voor hetgeen ik zie (ik stamel maar wat), opent het plafond zich ook nog eens in een oneindige ruimte. Onderstaand plaatje komt aardig dicht in de buurt, alleen is het donkerder, zwarter…

De vriend naast me vraagt of ik het wil omschrijven. Ik wil wel, maar het is verdraaid moeilijk; woorden vinden voor een andere -onbekende- wereld. Ik mis een hoop. Het is teveel om op te noemen. Probeer ik iets te omschrijven komt het volgende alweer om de hoek kijken. Had ik maar een paar extra ogen in achterhoofd en oren gehad om al de hoeken van de kamer in één totaal overzicht waar te kunnen nemen. Mijn zicht is beperkt. Liever zou ik zonder praten zo veel mogelijk in me opnemen om achteraf te bekijken of er woorden voor zijn. Het vraagt vast om een apart lexicon. In de oneindige ruimte verschijnt een witte sluier. Als een vissenstaart vlecht hij zich door de donkere gaten in het plafond. Een korte rode sluier stormt onbesuisd op de lange witte sluier af. De witte sluier remt de rode af door er in volle lengte voor te gaan liggen. Kleine, veranderlijke kleurloze vormen flitsen eveneens door de ruimte. Haast treiterig. Enkelen dalen af. Worden groter. Vormen een schaduw vlak voor mijn gezicht.
Ik vind de oneindige ruimte wel erg donker en diep. Een wormachtig, groen verschijnsel komt in mijn blikveld en ik moet denken aan de schilderijen van Jeroen Bosch. Verder aan een boek van Robert Monroe over uittredingen dat ik eens leende van een vriendin. Het boek kon ik overigens niet uit lezen. Het ging me te ver. De rare wezens die de persoon in kwestie tijdens zijn uittredingen waarnam, vond ik toen over the top. Ongeloofwaardig. Ik houd spirituele verschijnselen graag abstract. Trillingen. Kleur. Licht. Waarnemingen van energie die je onder natuurkunde kunt scharen. Verklaren zoals een stroomkring. Maar ik zou beter moeten weten. Hoe harder ik over iets roep dat ik daar niet in geloof, dat me dat te ver gaat of dat zoiets niet te aanschouwen valt, komt op mijn pad om mij van het tegenovergestelde te overtuigen. Inmiddels zou ik moeten weten dat je niet kunt oordelen over hetgeen je zelf niet hebt ervaren.
Naar mijn tijdsbeleving duurt dit alles zo’n minuut of tien. Maar zeker weten doe ik dat niet. Er is immers geen tijd in die dimensie. Aan wie kun je dit vertellen? Wie gelooft zoiets? Ik schrijf het maar op mijn reikiblog en neem voor lief dat men zou kunnen denken dat ik onder invloed was van drugs. Geplaagd werd door koortsbeelden. Oververmoeid was van een hele nacht ouwehoeren. Omdat de enkeling die er wel iets in herkent zich gesteund zal voelen.
De vriend gelooft mij gelukkig wel. Eerder zag hij het zelf ook. Meerdere mensen namen de witte sluier in zijn bijzijn waar. Mensen met een spiritueel bewustzijn. Weer thuis, mailde hij me een foto van zichzelf op een wat lugubere plek met een vogel boven het hoofd. Een plek waar hij eens zelf iets bijzonders ervoer. De vogel vertoonde sterke overeenkomsten met de paarse vogel van die nacht.