Een vreemde vogel

25/10/2009

Picture 720
 
Er zijn grote verschillen. In achtergrond, generatie, sekse, persoonlijkheid, leefwijze enzovoort. Toch voelen we ons verbonden. Het zal zich op zielsniveau afspelen. Een andere verklaring heb ik er niet voor. Vanwege de afstand tussen onze woonplaatsen, beider afwijkend leefritme en verplichtingen van thuis zien we elkaar minder vaak dan we zouden willen. Maar zijn we eenmaal bij elkaar is er geen tijd. Alleen het nu. Dan praten we de hele nacht door om pas tegen de ochtend in slaap te vallen. Is er geen moment van verveling.
 
Zo ook op een nacht van vrijdag naar zaterdag. Hij praat meer dan dat ik doe. Dat kan hij ook beter. Ik luister meer. Ineens val ik hem toch in de rede. Vlak voor hem schittert een paarse lichtbol. Ik ben klaarwakker. De bol neemt de vorm van een vogel aan. De vogel fladdert in twee cirkels voor hem langs en blijft steeds even stil hangen. Het is alsof de vogel bij hem hoort. Iets van zijn ziel is dat buiten het lichaam treedt. Het is een stralend stukje ziel. Dat verbaast mij niets want ik weet dat zijn inborst goed is. Maar ik verbaas mij wel over de schoonheid van dit verschijnsel en durf mijn ogen niet te geloven. Dergelijke ‘dingen’ zie je in fantasy films en dan weet je dat het een animatie betreft. Terwijl ik nauwelijks woorden heb voor hetgeen ik zie (ik stamel maar wat), opent het plafond zich ook nog eens in een oneindige ruimte. Onderstaand plaatje komt aardig dicht in de buurt, alleen is het donkerder, zwarter…
 
Picture 714
 
De vriend naast me vraagt of ik het wil omschrijven. Ik wil wel, maar het is verdomd moeilijk; woorden vinden voor een andere -onbekende- wereld. 
 
Ik mis een hoop. Het is teveel om op te noemen. Probeer ik iets te omschrijven komt het volgende alweer om de hoek kijken. Had ik maar een paar extra ogen in achterhoofd en oren gehad om al de hoeken van de kamer in één totaal overzicht waar te kunnen nemen. Mijn zicht is beperkt. Liever zou ik zonder praten zo veel mogelijk in me opnemen om achteraf te bekijken of er woorden voor zijn. Het vraagt vast om een apart lexicon. In de oneindige ruimte verschijnt een witte sluier. Als een vissenstaart vlecht hij zich door de donkere gaten in het plafond. Een korte rode sluier stormt onbesuisd op de lange witte sluier af. De witte sluier remt de rode af door er in volle lengte voor te gaan liggen. Kleine, veranderlijke kleurloze vormen flitsen eveneens door de ruimte. Haast treiterig. Enkelen dalen af. Worden groter. Vormen een schaduw vlak voor mijn gezicht.
 
Ik vind de oneindige ruimte wel erg donker en diep.
 
Een wormachtig, groen verschijnsel komt in mijn blikveld en ik moet denken aan de schilderijen van Jeroen Bosch. Verder aan een boek van Robert Monroe over uittredingen dat ik eens leende van een vriendin. Het boek kon ik overigens niet uit lezen. Het ging me te ver. De rare wezens die de persoon in kwestie tijdens zijn uittredingen waarnam, vond ik toen over the top. Ongeloofwaardig. Ik houd spirituele verschijnselen graag abstract. Trillingen. Kleur. Licht. Waarnemingen van energie die je onder natuurkunde kunt scharen. Verklaren zoals een stroomkring. Maar ik zou beter moeten weten. Hoe harder ik over iets roep dat ik daar niet in geloof, dat me dat te ver gaat of dat zoiets niet te aanschouwen valt, komt op mijn pad om mij van het tegenovergestelde te overtuigen. Inmiddels zou ik moeten weten dat je niet kunt oordelen over hetgeen je zelf niet hebt ervaren.
 
Naar mijn tijdsbeleving duurt dit alles zo’n minuut of tien. Maar zeker weten doe ik dat niet. Er is immers geen tijd in die dimensie. Aan wie kun je dit vertellen? Wie gelooft zoiets? Ik schrijf het maar op mijn reikiblog en neem voor lief dat men zou kunnen denken dat ik onder invloed was van drugs. Geplaagd werd door koortsbeelden. Oververmoeid was van een hele nacht ouwehoeren. Omdat de enkeling die er wel iets in herkent zich gesteund zal voelen. 
 
De vriend gelooft mij gelukkig wel. Eerder zag hij het zelf ook. Meerdere mensen namen de witte sluier in zijn bijzijn waar. Mensen met een spiritueel bewustzijn. Weer thuis, mailde hij me een foto van zichzelf op een wat lugubere plek met een vogel boven het hoofd. Een plek waar hij eens zelf iets bijzonders ervoer. De vogel vertoonde sterke overeenkomsten met de paarse vogel van die nacht.
 
 

spiraalbz.jpgspiraali1.jpg

Zo rond mijn dertigste vertrok ik met mijn moeder en nog tweejarige zoon naar een gemeenschappelijke vriendin in Bergen op Zoom. De vriendin, een single nachtdier, wilde met een glas wijn de kranten nog doornemen toen ik en mijn moeder het bedtijd vonden en ons naar boven begaven. We logeerden in een twijfelaar met daarnaast het kampeerbedje waar mijn zoontje in lag. Na wat kletsen wensten we elkaar welterusten met zware ogen van de slaap.

Ik hield mijn vermoeide ogen op de deur gericht. Weer bekroop me dat onrustige gevoel alsof iets of iemand naar me keek. Ik had een vakantie in Amerika achter de rug waarin ik met mijn man langs de westkust was getrokken. Daar had ik me op de beruchte breuklijn van San Andreas eveneens ongemakkelijk gevoeld. Ik had dat ‘iets’ dat daar keek steeds weggestuurd. Maar zo dicht naast mijn moeder waande ik me geborgen in haar schoot en besloot het dit keer toe te laten. ‘Kom maar op,’ dacht ik overmoedig.

Op dat moment verscheen vanaf het plafond een trechtervormige baan die in mijn kruin leek te verdwijnen. In die baan draaide een spiraal van driehoekjes die uit losse stofdeeltjes leken te bestaan. De spiraal draaide in een vast ritme en werd begeleid door een zacht zoevend geluid. In zoele windvlagen kruisten de driehoekjes elkaar. De baan bevatte geen kleur maar louter grijstinten. Uiteindelijk verdween het en viel ik in slaap. Het kunnen minuten of seconden zijn geweest. Enig idee van tijd had ik niet.

Pas een paar dagen later kwam het besef dat er die nacht iets vreemds moest zijn gebeurd. Ik vroeg er mijn moeder naar. Was haar iets opgevallen? Ze vertelde mij te hebben voelen schokken. Maar ik had mij niet bewogen. Los van elkaar tekenden we het ‘ritme’,  ik verbeeldde hetgeen ik had gezien en gehoord en mijn moeder wat zij had gevoeld. Het patroon op onze tekeningen vertoonde overeenkomsten.

Ik heb er nog lang over zitten peinzen. Over wat het geweest moest zijn. Een paar jaar later vroeg ik aan iemand, die hoog ontwikkeld is in deze materie, wat of het betekend zou kunnen hebben. Haar antwoord was dat het mij het inzicht had gegeven dat alles met alles verbonden is.

Nu denk ik dat het een kosmische energiebaan is geweest die via de kruin intrad om mijn spirituele ontwikkeling aan te sturen. In de jaren daarna zijn er een aantal zaken tot ontwikkeling gekomen zoals het kunnen waarnemen van aura-kleuren en energie in verschillende verschijningsvormen. Ook heb ik een begin gemaakt met het leren zien op mijn derde oog. Daarnaast ben ik een aantal mooie ‘vreemde ervaringen’ rijker. Ik koester die ervaringen als kleinoden nu ik er geen angst meer voor heb.

geest.jpg

De eerste vreemde ervaring die ik me kan herinneren dateert uit halverwege jaren ‘70. Ik denk dat ik een jaar of 6 geweest moet zijn. Jonger kan ook. Ik heb vanaf een jaar of drie herinneringen. Het kan dus zijn dat ik pas vier was. In ieder geval was ik zoals zoveel jonge kinderen bang in het donker. Ik zag er van alles in. Zeker dingen die ik niet wilde zien. Een ochtendjas op de tocht werd een heks, gordijnkoord een bungelende gifslang enzovoort.  Voor het slapen gaan controleerde ik steevast of er niemand onder mijn bed lag.

Op een avond hing ik uit het open raam en overschreeuwde mijn eigen angst door te roepen:‘Geesten bestaan helemaal niet!’ Gauw sloot ik raam en gordijnen en rende terug naar mijn bed. In het halfduister loerde ik naar mijn afgesloten raam. Opeens zag ik een jonge vrouw in het wit binnenkomen. Licht doorschijnend met lang haar. Haar haren en gezicht waren eveneens wit. Ze zweefde een beetje boven de grond en kwam tot vlak naast mij ‘hangen’.

‘Wij bestaan wel,’  zei ze.

Even snel als ze gekomen was verdween ze weer. Ik weet niet of ze onder de categorie ochtendjas, gordijnkoord ofwel kinderlijke fantasie viel. Wel dat ik op dat moment besloot zoiets nooit meer te willen zien. En tot op de dag van vandaag zie ik energie in trillingen, kleuren, abstracte vormen (spiraal, zigzaglijnen) of licht maar nooit in de vorm van een menselijke gedaante.

Op mijn derde oog verschijnen wel menselijke figuren. Maar dat is veilig. Die verdwijnen zodra je de ogen opent en staan op een afgebakend scherm in plaats van in de vrije ruimte. Als ik er nu ’s nachts uitmoet doe ik nooit het licht aan. Ik heb geen angst meer in donker. Ik weet dat hetgeen je niet wilt zien ook niet te zien krijgt.