Het verhaal van de spiraal
28/02/2008
Ik hield mijn vermoeide ogen op de deur gericht. Weer bekroop me dat onrustige gevoel alsof iets of iemand naar me keek. Ik had een vakantie in Amerika achter de rug waarin ik met mijn man langs de westkust was getrokken. Daar had ik me op de beruchte breuklijn van San Andreas eveneens ongemakkelijk gevoeld. Ik had dat ‘iets’ dat daar keek steeds weggestuurd. Maar zo dicht naast mijn moeder waande ik me geborgen in haar schoot en besloot het dit keer toe te laten. ‘Kom maar op,’ dacht ik overmoedig.
Op dat moment verscheen vanaf het plafond een trechtervormige baan die in mijn kruin leek te verdwijnen. In die baan draaide een spiraal van driehoekjes die uit losse stofdeeltjes leken te bestaan. De spiraal draaide in een vast ritme en werd begeleid door een zacht zoevend geluid. In zoele windvlagen kruisten de driehoekjes elkaar. De baan bevatte geen kleur maar louter grijstinten. Uiteindelijk verdween het en viel ik in slaap. Het kunnen minuten of seconden zijn geweest. Enig idee van tijd had ik niet.
Pas een paar dagen later kwam het besef dat er die nacht iets vreemds moest zijn gebeurd. Ik vroeg er mijn moeder naar. Was haar iets opgevallen? Ze vertelde mij te hebben voelen schokken. Maar ik had mij niet bewogen. Los van elkaar tekenden we het ‘ritme’, ik verbeeldde hetgeen ik had gezien en gehoord en mijn moeder wat zij had gevoeld. Het patroon op onze tekeningen vertoonde overeenkomsten.
Ik heb er nog lang over zitten peinzen. Over wat het geweest moest zijn. Een paar jaar later vroeg ik aan iemand, die hoog ontwikkeld is in deze materie, wat of het betekend zou kunnen hebben. Haar antwoord was dat het mij het inzicht had gegeven dat alles met alles verbonden is.
Nu denk ik dat het een kosmische energiebaan is geweest die via de kruin intrad om mijn spirituele ontwikkeling aan te sturen. In de jaren daarna zijn er een aantal zaken tot ontwikkeling gekomen zoals het kunnen waarnemen van aura-kleuren en energie in verschillende verschijningsvormen. Ook heb ik een begin gemaakt met het leren zien op mijn derde oog. Daarnaast ben ik een aantal mooie ‘vreemde ervaringen’ rijker. Ik koester die ervaringen als kleinoden nu ik er geen angst meer voor heb.
Een doorschijnende dame
28/02/2008
De eerste vreemde ervaring die ik me kan herinneren dateert uit halverwege jaren ‘70. Ik denk dat ik een jaar of 6 geweest moet zijn. Jonger kan ook. Ik heb vanaf een jaar of drie herinneringen. Het kan dus zijn dat ik pas vier was. In ieder geval was ik zoals zoveel jonge kinderen bang in het donker. Ik zag er van alles in. Zeker dingen die ik niet wilde zien. Een ochtendjas op de tocht werd een heks, gordijnkoord een bungelende gifslang enzovoort. Voor het slapen gaan controleerde ik steevast of er niemand onder mijn bed lag.
‘Wij bestaan wel,’ zei ze.
Even snel als ze gekomen was verdween ze weer. Ik weet niet of ze onder de categorie ochtendjas, gordijnkoord ofwel kinderlijke fantasie viel. Wel dat ik op dat moment besloot zoiets nooit meer te willen zien. En tot op de dag van vandaag zie ik energie in trillingen, kleuren, abstracte vormen (spiraal, zigzaglijnen) of licht maar nooit in de vorm van een menselijke gedaante.
Op mijn derde oog verschijnen wel menselijke figuren. Maar dat is veilig. Die verdwijnen zodra je de ogen opent en staan op een afgebakend scherm in plaats van in de vrije ruimte. Als ik er nu ’s nachts uitmoet doe ik nooit het licht aan. Ik heb geen angst meer in donker. Ik weet dat hetgeen je niet wilt zien ook niet te zien krijgt.
